TAALSTOORNIS

Een kind leert zijn taal op een natuurlijke manier door in interactie te gaan met de omgeving. De taalontwikkeling doorloopt een aantal stadia. Toch merken we dat sommige kinderen een vertraagd of afwijkend taalverloop kennen. Zo kennen we de primaire taalontwikkelingsstoornissen. We spreken van secundaire taalontwikkelingsstoornissen wanneer we het vertraagd of afwijkend taalverloop kunnen toeschrijven aan een gehoorstoornis, een verstandelijke handicap of een psychische stoornis. We kunnen deze stoornis opmerken op de verschillende taalcomponenten: taalinhoud (woordenschat), taalvorm (verbuigingen en vervoegingen) en taalgebruik.

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende stadia van de taalontwikkeling:

Geboorte - 1 jaar

Rond de leeftijd van 2 maanden merken we de eerste interactie op tussen de baby en de verzorger: de sociale lach. De baby merkt de geluiden in de omgeving meer op en zal hierop ook reageren. Rond de leeftijd van 4-6 maanden merken we brabbelgeluiden op die zich nog meer ontwikkelen tussen de 7 en 12 maanden. De baby kan rond deze leeftijd eenvoudige opdrachten begrijpen, zoals 'Kom hier', 'Nog hebben?'. Rond de leeftijd van één jaar merken we het eerste woordje op: het kind koppelt klanken aan een betekenis. Hoera!

1-2 jaar

Het taalbegrip evolueert verder. Zo kan de peuter eenvoudige opdrachten uitvoeren zoals 'Rol de bal', 'Waar is jouw schoen?'. Elke maand breidt de peuter zijn woordenschat uit om uiteindelijk twee woorden te combineren, bijv. 'auto rijden'. We spreken over de eerste zinnetjes. Opgelet: De peuter kan nu woorden combineren, maar zal deze nog niet correct uitspreken. De peuter is de taal volop aan het ontdekken en testen.

2-4 jaar

De peuter kan tussen 2 en 3 jaar tweeledige opdrachten correct begrijpen, bijv. 'Neem de auto en zet het op de tafel'. Tussen 3 en 4 jaar merken we dat de kleuter abstractere woorden begint te begrijpen (kleuren, vormen).

De lengte van de zinnen breidt zich verder uit. De dichte omgeving van het kind begrijpt de gesproken uitleg. Als de kleuter drie jaar is, kan hij twee of drie woorden gebruiken om over iets te praten of vragen te stellen. Tegen de leeftijd van vier jaar kan het kind 4 woorden combineren tot een zin. Ook zal de uitspraak correcter worden.

4-5 jaar

Rond de leeftijd van 5 jaar kan de kleuter korte verhaaltjes vertellen en een gesprek gaande houden. Hij gebruikt zinnen waarin meerdere werkwoorden te vinden zijn. De kleuter hoort en begrijpt het meeste van wat er gezegd wordt thuis of op school.


Bron: www.asha.org, 2015